שמר



Woord & Geest Wetenschap & Religie Muziek & Lofprijzing Cursus & Contact

 

Het Godsbeeld van de filosofen

Onpersoonlijk transcendentaal begrip

Plato, -4e eeuw, Griekenland
God de zichtbare stoffelijke wereld gemaakt heeft, kijkend naar de ideeënwereld.  Demiurg, als goede god: Hoe komt onze wereld tot stand, daar moet wel een plan achter zitten. Die demiurg heeft eerst de ideeën wereld geschouwd, en vervolgens de zichtbare wereld gemaakt.

Aristotelis, -4e eeuw, Griekenland
Het gaat Aristoteles vooral om de zichtbare werkelijkheid. Hij wil daarachter het goddelijk design, het grote plan, op het spoor komen. En het goddelijk denken dat daaraan ter grondslag licht

Persoonlijke God op basis van openbaring

Augustinus, 5e eeuw, Algerije
God en het goede vallen samen, God is het goede. Het kwade is ontbreken van het goede.

Aquino, 13e eeuw, Frankrijk
God is de eerste beweger, de eerste oorzaak, noodzakelijk in zichzelf, oorzaak van alle goedheid en bestuurder die alle dingen op hun doel richt. De eigenschappen van God: Eenvoudig, Volmaakt, Goed, Oneindig, Alomtegenwoordig, Onveranderlijk, Eeuwig, Eén.

God als idee in het verhaal van de rede

Descartes, 17e eeuw Frankrijk Holland
Wat wij ‘God’ noemen is ons a-prioiri idee van oneindigheid. Als God oneindig is, dan kan zo’n idee niet alleen als idee bestaan maar moet het ook echt werkelijk bestaan. Want als het niet werkelijk zou bestaan dan is het nog niet een idee van oneindigheid want dat kan er nog iets aan toegevoegd worden

Hume, 18e eeuw Scotland
God? Niet zintuiglijk waar te nemen. Je kan nooit zeker zijn van het bestaan van God in de vorm van kennis. Godsdienst komt vanwege gebreken in onze menselijke natuur, en vandaar uit denken we God uit

Kant, 18e eeuw Pruisen
Zedelijk handelen is praktische Godserkenning. Het moraal is de oorsprong van alle religie. Erkenning dat de daaruit voorkomende plichten goddelijke geboden zijn, bekleden de rede met de majesteit van de goddelijke wil.

Hegel, 19e eeuw Duitsland
God is het denken. Het Absolute Bewustzijn. God is bezig zichzelf te worden. Alle denkmogelijkheden worden gerealiseerd tot een totaliteit van werkelijkheden. Daarna is alles doorgrond, eindpunt.

Nietzsche, 19e eeuw Zwitserland
God is dood en dat is een ramp, want nu is alles geoorloofd, Er is geen ultieme waarheid meer.

Betekenis ’God’ verder geproblematiseerd, maar ook herleving religie

Levinas, 20e eeuw Frankrijk
De Ander staat boven het Anonieme Zijn en het Niet Zijn. Hij doorbreekt het Anonieme Zijn via het gelaat van de medemens, en doet een appel op mij. Het gelaat van de ander, is ook de Ander. Het is eigenlijk die Ander die mij aanspreekt in de alledaagse ander.

Heidegger, 20e eeuw Duitsland
De westerse filosofie zocht naar ‘Het Zijn’ of ‘Het Goede’ als een Iets en ze vonden Niets. Want ‘Het Zijn’ is een werkwoord.  (Een zijnde = Wat liefde is, Het zijn = Dat liefde is)

Wittgenstein, 20e eeuw Engeland
Waarover we niet kunnen spreken, daarover moeten we zwijgen. Spreken kan alleen als afbeelding van feitelijkheden in de wereld, omdat we anders met taal de betekenissen niet kunnen omvatten

 

 

thora.nu
 Postbus 63
2980 AB  Ridderkerk
 Tel: +31 180 641041
 
leerling@thora.nu