שמר



Woord & Geest Wetenschap & Religie Muziek & Lofprijzing Cursus & Contact

 

 

נַחֲמוּ נַחֲמוּ, עַמִּי--יֹאמַר, אֱלֹהֵיכֶם

 (Jesaja 40:1)   Troost troost, mijn volk zegt uw God
 

 

Klik hier voor:

Geluidsopname Preek (mp3)

Liturgie Vreeland 28-12-2014

Studie-archief & Bronvermelding

Uitspraak Jesaja 40:1 (Hebreeuws)

Naar de Hebreeuwse grondtekst

נחם Nacham in Jesaja

Joden terug naar huis in 2014

Hoe kan God u tot troost zijn?

1 Babel...Hizkia…ballingschap

Jesaja is woedend! Waar is het godsvertrouwen van Hizkia? Assur moest nog voor de poort blijven, en Hizkia vertrouwde op God. Maar Babel? Hizkia vertrouwd nu meer op een vriendschap met Babel (Akkadisch de poort van de goden) dan op God. Hij laat Babel binnen Jeruzalem alles zien, zelfs het heiligdom van de God van Jeruzalem. Hoe zal dit aflopen?

De verwoesting van Jeruzalem en de ballingschap wordt door Jesaja niet beschreven. Die zit ergens onbeschreven tussen hoofdstuk 39 en 40 in. Wel spreekt Jesaja nu ineens van de terugkomst Jeruzalem. Dat is opmerkelijk omdat hij over het vertrek niets heeft geschreven. De schrijver legt zijn pen neer na hoofdstuk 39, eerst een deportatie naar Babel…

God is weg. Het volk is weg. Jeruzalem is een puinhoop… En toch, De HEERE keert zich liefde om naar Jeruzalem, Hij wil terug!

2 God en volk terug naar Jeruzalem

De troost uit Jesaja 40:1 is realiteit geworden. Met de terugkomst van het Godsvolk, kunnen ook de volken in beweging komen op weg naar Jeruzalem. Alle volken worden in Jesaja aangesproken. Alle volken trekken op naar de berg van het huis van de HEERE, samen met het Godsvolk. En de HEERE zelf zal voor alle volken een overvloedige maaltijd bereiden op de berg Sion. ‘In het laatste der dagen’, schrijft Jesaja, deze toekomst staat nog open.

In Jesaja worden de Joden in ballingschap beschreven als Sions kinderen die terug naar huis moeten komen, naar hun moederstad. De wachters op de muren van Jeruzalem zien hen al komen en ze juichen! Zij gaan hun broeders en zusters in ballingschap troosten: Kom naar huis, want de HEERE komt en Hij is niet meer boos!

De taak van de volken is in eerste instantie om de terugkeer van het Godsvolk mogelijk te maken. Jesaja 43:6 Ik zal zeggen tot het noorden: Geef; en tot het zuiden: Houd niet terug; breng Mijn zonen van verre, en Mijn dochters van het einde der aarde; En die volken die het Godsvolk naar Jeruzalem laten terugkeren mogen straks delen in het dienen van de HEERE. De HEERE zal uit hen zelfs tot priester en tot Levieten nemen.

Deze woorden gaan ook in onze tijd in vervulling. Denk maar aan 1948, het oprichten van de staat Israël na de verschrikking van de 2e wereldoorlog. Denk ook maar aan de wachters die nu op muren van Jeruzalem staan.

Troost in Jesaja נחם

3 Geen troost voor Jesaja, Jeruzalem de ongetrooste

Jesaja schrijft dat de inwoners van Jerusalem maar niet moeten proberen om hem te troosten want Jesaja voorziet het einde van Jerusalem en daarom heeft hij geen reden voor vreugde. Hij wijst de troost af, het toekomstbeeld is te erg. De zondige inwoners van Jerusalem zouden moeten huilen over hun zonden, maar ze lachen en vieren feest. Hoe zou Jesaja door hen getroost kunnen worden? Inderdaad wordt Jeruzalem verwoest en gaat het volk in ballingschap. Jeruzalem ligt in puin, ze wordt de ongetrooste genoemd.

We lezen dus van een Jesaja die niet getroost wil worden omdat hij de zonde van Jerusalem ziet, en we lezen van de ongetrooste stad Jeruzalem die in puin ligt. In die troosteloze situatie geeft de HEERE bevelen. Troost!, Troost! mijn volk zegt uw God. Spreekt naar het hart van Jeruzalem, en roept haar toe, dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is, dat zij van de hand des HEEREN dubbel ontvangen heeft voor al haar zonden.’

Jeruzalem ligt in puin, want er was een dag van wraak bij God, maar nu is er een jaar van welbehagen!

4 Troost bevel wordt opgevolgd

Het bevel Troost, troost, is een goddelijke opdracht. En dat bevel wordt direct opgevolgd; de eerste stem dient zich al aan in vers 3: ‘Een stem des roepende in de woestijn: Bereidt den weg des HEEREN, maakt recht in de wildernis een baan voor onzen God’. De tweede stem dient zich aan in vers 6: ‘Een stem zegt: Roept!’ wat zal ik roepen? Dat ‘het Woord van onze God bestaat tot in eeuwigheid’.
(Dat is nog al wat bij de puinhopen van Jeruzalem, stoere woorden?)

5 Troosten is van hart tot hart

Troosten volgens Jesaja is ‘spreken naar het hart’. De taal van de liefde! Deze uitdrukking wordt gebruikt in geval van verdriet, angst. Naar het hart spreken is bemoedigen, aanmoedigen. Maar 'spreken naar het hart' is ook nodig als er te veel gebeurd is om zomaar weer contact te maken.

Hoe spreek je naar het hart van iemand? Het doel is om de hoorder, die vast zit in de moeilijke omstandigheden, te bereiken met een persoonlijke boodschap. In de boodschap geef je dan jezelf. Je kunt alleen van hart tot hart spreken. Dat doet God ook, hoe? 'Jeruzalem, wij moeten eens van hart tot hart spreken… Ik was boos, maar ik wil terug'

In Jesaja 40 horen we die liefelijke toon aan de dochters van Jeruzalem. Haar Geliefde heeft haar niet verstoten. Hoe boos Hij ook geweest is, ze heeft alle reden om te blijven geloven in Zijn liefde. En wie anders dan God alleen, is in staat om de dochters/moeders van Jeruzalem troosten?

6 Troosten is zonder toorn, God is omgekeerd in liefde

In Jesaja wordt troosten gekoppeld aan verlossen. Troost, is dat de toorn van God is opgehouden. Als God troost dan gaat het niet als ‘kom op, volhouden hoor!’ …, maar om een troost vanuit Zijn hart. Hij verandert de treurige situatie door Zijn verlossende komst. De HEERE keert Zich in liefde om naar Jeruzalem. De toorn is de keerzijde van Zijn liefde. Hij was boos op Jeruzalem; Hij liet zijn tempel afbreken, Hij wende zich in toorn van Jeruzalem af, maar draait Hij zich nu om, en komt in liefde terug. In een kleinen toorn heb Ik Mijn aangezicht van u een ogenblik verborgen; maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij uwer ontfermen, zegt de HEERE, uw Verlosser.

God gaat Zijn almacht bewijzen door iets nieuws te doen, iets ongehoords! Hij gaat Zijn volk terughalen uit de ballingschap.

7 Mijn volk – dit volk – Mijn eigendom

Nu gaat om ‘mijn volk’, de taal van het verbond, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken.Het is niet langer minachtend ‘dit volk’ maar ‘mijn volk’. Hoe zeer ‘dit volk’ ook het verbond heeft geschonden, de nakomelingen van Abraham, Izaäk en Jakob hoeven niet te vrezen. God zal Zijn waarheid nimmer krenken, maar eeuwig Zijn verbond gedenken.

OT -> NT

8 Job & Rachel

Mensen hebben het meest behoefte aan troost als hun geliefden komen te overlijden. Ook in Bijbel komen we dat tegen. Ik noem twee voorbeelden waarbij die troost geweigerd wordt. Job en Rachel. Job geeft zijn vrienden te kennen dat zij moeilijke vertroosters zijn, omdat ze bij voorbaat denken te weten waarom God deze lijdensweg met hem gaat. Irritante vertroosters zijn dat, die het vooraf al weten…

En dan Rachel: Rachel weent over haar kinderen; zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen, omdat ze niet meer zijn. De HEERE zegt van diezelfde kinderen: er is verwachting voor uw nakomelingen, want uw kinderen zullen wederkomen tot hun landpale. Maar Gods troost blijkt sterker dan de dood. Daarom zegt de HEERE in Ezechiël Ziet, Ik zal uw graven openen, en zal ulieden uit uw graven doen opkomen, o Mijn volk! en Ik zal u brengen in het land Israëls.

Hier zien we dat de troost van God sterker is dan de dood!

9 Johannes de Doper

Op de drempel van het OT en het NT horen we dat Johannes de Doper de oproep van Jesaja overneemt ‘de stem van een roepende in de woestijn’ Hij roept het volk op tot berouw en bekering om zich zo voor te bereiden op de komst van de HEERE.

10 Knecht des HEEREN

God heeft een plan met deze wereld. Zijn plan richt zich op Israël en op Jeruzalem, waar Hij wonen wil te midden van Zijn volk. Alle volken worden ingeschakeld voor dit heilsplan. Jesaja schrijft van de Knecht van de HEERE die Israël zal oprichten en terugbrengen naar Jeruzalem. De beelden van het aardse en het hemelse Jeruzalem lopen hier door elkaar heen. Dat nieuwe Jeruzalem wordt gefundeerd in gerechtigheid. God spreekt recht in Jeruzalem. Hoe dan? En door wie?...

11 Jezus leest Jesaja rol Jezus en Jeruzalem

Het is vijfhonderd jaar later in de synagoge van Narazeth. Jezus staat op en neemt de boekrol van Jesaja en leest: Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart;

Het woord genezen (Jes61) verwijst terug naar Jesaja 1 waar staat dat de wonden niet genezen zijn. Dat is de taak van Christus om de wonden te genezen. De wonden van Israël en de wonden van de hele wereld. De schrift is vervuld.

12 Jezus wordt gedood

Jezus wordt gedood in Jeruzalem. De stad van de vrede wordt voor Jezus ook de stad van de betaling. (Shalom–Shileem). Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt. Jeruzalem is niet alleen de stad de kruisiging, maar ook van de opstanding, en van de hemelvaart, en van de uitstorting van de Heilige Geest, en van de wederkomst. Jeruzalem is de stad van de toekomst, omdat God daar is.

13 Troost weigeren, trooster heeft geen echte troost Wij

Jesaja weigerde vertroost te worden door de inwoners van Jeruzalem. Weigeren om je te laten troosten heeft te maken met de trooster. Blijkbaar kan die trooster helemaal geen troost bieden. Als je echt in problemen zit, dan wil je niet getroost worden met flauwekul. Menselijke troost is voor Jesaja onbruikbaar omdat het niets verandert. Het is duidelijk dat troosten meer is dan een paar vriendelijke woorden. Natuurlijk kan menselijke troost bijzonder behulpzaam zijn voor het gemoed van de ontvanger! In dit verband gaat het echter om troosters die de ellendige situatie niet willen inzien.

14 Gods Troost: toorn omgekeerd in liefde

Als wij door God getroost worden, dan is Zijn toorn afgeweken. Hoe? Uit liefde. Zijn liefde maakt het onmogelijk om de toorn te behouden. Hij verandert de treurige situatie door Zijn komst in ons leven. De HEERE keert Zich in liefde om naar u. De toorn is de keerzijde van Zijn liefde. In een kleinen toorn heb Ik Mijn aangezicht van u een ogenblik verborgen; maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij uwer ontfermen, zegt de HEERE, uw Verlosser.

Zij die deze troost van God ervaren hebben, die zijn het beste in staat om ook anderen te troosten. 

15 Hoe? Stilte

Hoe kan God u tot troost zijn? Ook al is de toekomst onzeker?

Voordat de HEERE gaat spreken in ons leven brengt Hij ons doorgaans eerst in de stilte, zodat we luisteren: Ik zal haar lokken en haar voeren in de woestijn en ik zal tot haar hart spreken. Want Ik, Ik ben uw Trooster. In het NT wordt God genoemd ‘de God van alle vertroosting’. U zegt, hoe ervaar ik dan die troost? Doordat God in liefde naar u omziet. Let op dat u die opzoekende liefde van God niet veracht.

16 Liefde Gods sterker dan zonde en dood

De HEERE wendt zich wel voor een kleine tijd in toorn af, maar Hij draait zich om en komt terug. Niets kan Gods liefde tegenhouden. Moeten wij ons naar God toekeren? Natuurlijk is dat de opdracht. Maar sterker dan ons omkeren is Zijn omkeren. De zondigheid van de Israël houdt Hem niet tegen want Hij vergeeft de zonde, zelf de dood houdt Hem niet tegen, want Hij haalt hen uit het graf op. Hij heeft Abraham gezet tot een zegen voor alle geslachten van de wereld, daar hoort u bij.

Deze troost is geen zaak van het verleden, maar van toekomst. Dat is de troost die komt! Dat is God die in Christus liefdevol naar u omziet. Met die troost kunt u ook anderen tot troost zijn.

Troost troost mijn volk zegt uw God.

 

 

thora.nu
 Postbus 63
2980 AB  Ridderkerk
 Tel: +31 180 641041
 
leerling@thora.nu